ECLI:NL:RVS:2017:2852
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielzaak
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 9 januari 2017 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 30 augustus 2017 ongegrond. De vreemdeling stelde daarop hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet uitgezet te worden en om opvang en verstrekkingen gedurende de beroepsprocedure te ontvangen, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was. De minister werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, specifiek de kosten van rechtsbijstand door een derde.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en legde de minister een proceskostenveroordeling van €495,- op. Deze uitspraak werd op 20 oktober 2017 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.