ECLI:NL:RVS:2017:2859
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende motivering
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 14 december 2015 de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. De vreemdeling, gehuwd met een referent die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft, maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. Ook de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde de vreemdeling dat het standpunt van de minister dat zij en de referent niet samenwoonden onterecht was, aangezien een rechtsgeldig huwelijk reeds bestond en samenwoning niet vereist is voor het aannemen van een gezinsband. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de minister dit niet deugdelijk had gemotiveerd en dat het besluit daarom in strijd was met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee werd het hoger beroep van de vreemdeling toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd.