ECLI:NL:RVS:2017:2911
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling nieuwe termijn voor besluit omgevingsvergunning na overschrijding
Op 19 mei 2016 diende wederpartij een aanvraag in voor een omgevingsvergunning bij het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad. Nadat het college niet tijdig had beslist, stelde wederpartij beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde dit beroep gegrond en stelde een termijn van 8 weken voor het college om alsnog te beslissen, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding.
Het college ging in hoger beroep tegen deze termijn en verzocht om een langere termijn vanwege de te volgen uitgebreide procedure, waaronder de terinzagelegging van het ontwerp en het advies van de Commissie m.e.r. De voorzieningenrechter van de Raad van State oordeelde dat de door de rechtbank gestelde termijn onhaalbaar was en stelde een nieuwe uiterste beslistermijn vast op 19 december 2017, met een hogere dwangsom van €30.000 bij overschrijding.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de termijn en dwangsom bepaalde. Het college werd opgedragen om uiterlijk op 19 december 2017 een besluit te nemen en dit bekend te maken volgens de wettelijke voorschriften.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad moet uiterlijk op 19 december 2017 een besluit nemen, met een dwangsom van €30.000 bij overschrijding.