ECLI:NL:RVS:2017:2917
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling, afkomstig uit Guinee, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vanwege bedreiging en vervolging wegens zijn homoseksuele gerichtheid. Na afwijzing door de staatssecretaris stelde hij beroep in bij de rechtbank, die het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de minister het asielrelaas van de vreemdeling geloofwaardig achtte, maar niet aannemelijk was gemaakt dat hij bij terugkeer een gegronde vrees voor vervolging heeft. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de minister niet zonder nadere motivering naar een eerdere uitspraak en een ambtsbericht mocht verwijzen. Tevens was de motivering van de minister over de ernst van de bedreigingen voldoende.
Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee de afwijzing van de verblijfsvergunning in stand bleef.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.