ECLI:NL:RVS:2016:1450
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod wegens onvoldoende aannemelijkheid vervolgingsgevaar in Guinee
De staatssecretaris wees de asielaanvraag van de vreemdeling af en legde een inreisverbod op, omdat niet aannemelijk was dat hij in Guinee vervolging of een schending van artikel 3 EVRM Pro zou ondervinden vanwege zijn homoseksualiteit. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek zou hebben gedaan naar mogelijke ernstige discriminatie.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris wel degelijk onderzoek heeft verricht, waarbij hij relevante rapporten en verklaringen heeft betrokken. Uit deze stukken blijkt dat homoseksuele handelingen strafbaar zijn, maar dat er geen strafrechtelijke vervolgingen plaatsvonden en slechts beperkte incidenten van geringe ernst zijn gemeld. Ook is er een kleine LHBT-gemeenschap en belangenorganisatie in Guinee.
De Raad stelt dat de enkele strafbaarstelling van homoseksuele handelingen geen vervolging inhoudt en dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op ernstige discriminatie of een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Verder faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de medische situatie van de vreemdeling biedt geen grond voor bescherming.
De Raad verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag en oplegging van een inreisverbod wordt bevestigd.