ECLI:NL:RVS:2017:3024
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J. Kramer
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over paspoortaanvragen wegens onjuiste toepassing erkenning familierechtelijke betrekkingen
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen het besluit van de minister van Buitenlandse Zaken om haar paspoortaanvraag en die van haar minderjarige dochter buiten behandeling te stellen. De minister baseerde dit op het standpunt dat het huwelijk van haar vader met haar moeder in de periode van haar geboorte polygaam was en derhalve geen familierechtelijke betrekkingen kon scheppen volgens Nederlands recht.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard, stellende dat zij niet had gedeeld in de naturalisatie van haar vader omdat het huwelijk ten tijde van haar geboorte polygaam was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de situatie bij de naturalisatie van haar vader in 1985 bepalend is, toen het huwelijk niet meer polygaam was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de minister het recht onjuist heeft toegepast en het besluit van 4 april 2016 vernietigt. De Afdeling verwijst naar de uitspraak van de Hoge Raad van 19 mei 2017, waarin het bestaande recht is uitgelegd dat erkenning van familierechtelijke betrekkingen ook kan plaatsvinden als het bigame karakter van een huwelijk later is vervallen.
De minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit met inachtneming van de Hoge Raad-uitspraak.