ECLI:NL:RVS:2017:3070
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunningen voor kap bomen Zuidelijke Ringweg Groningen
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen verleende op 24 mei 2017 vijf omgevingsvergunningen voor het vellen van bomen en verwijderen van houtopstanden ten behoeve van de ombouw van de Zuidelijke Ringweg in Groningen. Stichting Vleermuiswerkgroep Groningen en Stichting Natuur en Milieufederatie Groningen stelden beroep in tegen deze besluiten en verzochten om een voorlopige voorziening om onomkeerbare schade te voorkomen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 7 november 2017 en oordeelde dat de vergunningen mogelijk de vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen aantasten, waardoor de ecologische functionaliteit van vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstoord. De vraag of de vergunningen rechtmatig zijn, vereist een inhoudelijke beoordeling die niet in deze voorlopige procedure kan plaatsvinden.
De rechter weegt het belang van het voorkomen van onomkeerbare schade zwaarder dan het belang van het college en de uitvoerende partij bij het doorgaan van de kapwerkzaamheden. De kapwerkzaamheden zijn gepland te starten in week 46 van 2017 en afgerond in week 5 van 2018, met maatregelen om de vleermuizen te beschermen. De hoofdzaak staat gepland voor 12 december 2017. Gezien de planning en het belang van natuurbehoud wordt de voorlopige voorziening toegewezen.
De voorzieningenrechter schorst de vier omgevingsvergunningen voor de deelgebieden G, H, I en J en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht aan de verzoekers. Deze beslissing voorkomt dat de bomen worden gekapt voordat de hoofdzaak is behandeld, zodat de uitspraak in de hoofdzaak niet betekenisloos wordt gemaakt.
Uitkomst: De voorlopige voorziening schorst de omgevingsvergunningen voor het kappen van bomen in deelgebieden G, H, I en J om onomkeerbare ecologische schade te voorkomen.