ECLI:NL:RVS:2017:3109
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen aanplant over perceelgrens
Het college van burgemeester en wethouders van Zederik wees het verzoek van appellante om handhavend op te treden tegen de aanplant van struiken op de perceelgrens af. Appellante betoogde dat sprake was van een overtreding waartegen het college moest optreden, mede omdat het college eerder had geëist dat het hek moest zijn voorzien van begroeiing.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het geschil over de aanplant tussen buren een privaatrechtelijke kwestie betreft, waartegen bestuursrechtelijk handhaven niet mogelijk is. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af.
Daarnaast faalt het betoog van appellante dat het college partijdig zou zijn, evenals haar stelling dat het college door niet te handhaven de mensenrechten zou schenden. De Raad van State ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
De zaak betreft een conflict over struiken die over een pad op het perceel van appellante groeien, waarbij het bestuursrechtelijk handhavingsverzoek terecht is afgewezen omdat het een privaatrechtelijk geschil betreft.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.