ECLI:NL:RVS:2017:3141
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huurtoeslag 2015 wegens voordeel uit sparen en beleggen
De Belastingdienst/Toeslagen heeft de huurtoeslag over 2015 definitief vastgesteld op nihil en een bedrag van € 2.016,00 teruggevorderd van appellant. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Appellant stelde dat zij geen vermogen boven het heffingvrije vermogen had en dat zij misleid was door informatie van de belastingdienst, mede omdat zij duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot die het vermogen beheerde. Zij betoogde dat de rechtbank ten onrechte niet inhoudelijk had beoordeeld of zij voordeel uit sparen en beleggen had genoten en dat haar beroep op de hardheidsclausule niet was behandeld.
De Raad van State oordeelde dat het voordeel uit sparen en beleggen zoals vastgesteld door de inspecteur leidend is voor de huurtoeslagberekening. De fiscale toedeling van vermogen tussen partners bij de gezamenlijke aangifte betekent niet dat het vermogen ook daadwerkelijk toekomt aan appellant. De informatie van de belastingtelefoon en de toelichting bij de huurtoeslagspecificatie konden geen gerechtvaardigd vertrouwen wekken dat de toeslag niet op nihil zou worden vastgesteld.
De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat de wet limitatief bepaalt wanneer daarvan kan worden afgeweken. De terugvordering is dwingend voorgeschreven en de rechtbank heeft de zaak terecht afgewezen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.