ECLI:NL:RBDHA:2023:6367
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen terugvordering kindgebonden budget wegens overschrijding vermogensgrens
Eiseres ontving in 2018 een voorschot op het kindgebonden budget, maar verweerder stelde dit definitief vast op nihil vanwege een gezamenlijk toetsingsinkomen en een vermogen dat de vermogensgrens overschreed. Eiseres voerde aan dat zij recht had op het budget zoals toegekend in het voorschot en beriep zich op het vertrouwensbeginsel, omdat een fiscaal adviseur bij de Belastingdienst had geïnformeerd en een medewerker had toegezegd dat de toedeling van vermogen door haar partner geen gevolgen zou hebben.
De rechtbank overweegt dat het toetsingsinkomen wordt vastgesteld op basis van het verzamelinkomen zoals vastgesteld door de inspecteur van de Belastingdienst, en dat de toedeling van vermogen binnen de fiscale partnerschapkeuze geen invloed heeft op deze vaststelling. Daarnaast is niet gebleken dat de medewerker van de Belastingdienst namens verweerder toezeggingen heeft gedaan waarop eiseres kon vertrouwen.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder de belangen heeft afgewogen en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die matiging van de terugvordering rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van het kindgebonden budget wordt ongegrond verklaard.