ECLI:NL:RVS:2017:3217
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- H.G. Lubberdink
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete na arbeidsongeval met blijvend letsel bij reparatie tractor
Op 16 januari 2015 raakte een werknemer van appellant bekneld tijdens reparatiewerkzaamheden aan een tractor, wat leidde tot blijvend letsel en ziekenhuisopname. De minister legde een bestuurlijke boete van €7.200 op, die in bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank matigde de boete tot €1.800, maar de minister ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de boete op basis van het aantal werknemers bij boeteoplegging moest worden vastgesteld, niet op het moment van overtreding. Appellant had ten tijde van boeteoplegging drie werknemers, waardoor de boete op 10% van het normbedrag moest worden gesteld in plaats van 20%. Verder werd bevestigd dat appellant geen veilige werkwijze had ontwikkeld en onvoldoende instructies en toezicht had gegeven.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover deze zelf de boete vaststelde, stelde de boete vast op €900,00 en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten. De vermenigvuldiging van de boete wegens blijvend letsel werd als proportioneel beoordeeld.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €900,00 en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.