ECLI:NL:RVS:2017:3261
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen nihilstelling voorschotten kinderopvangtoeslag 2015
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van een belanghebbende tegen de herziening en nihilstelling van de voorschotten kinderopvangtoeslag over 2015 door de Belastingdienst/Toeslagen. De rechtbank had het bezwaar van de belanghebbende ontvankelijk verklaard, het besluit van de Belastingdienst nietig verklaard, maar de nihilstelling van de voorschotten gehandhaafd. De belanghebbende stelde dat zij door de stopzetting van de voorschotten niet in staat was de kosten van kinderopvang te voldoen en dat de kinderopvang doorliep.
De Raad van State overweegt dat de Belastingdienst bij de stopzetting van de voorschotten niet de vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen, omdat geen aan de belanghebbende toe te rekenen nalatigheid bestond. De kosten van kinderopvang moeten voor het gehele jaar zijn voldaan, maar in bijzondere omstandigheden kan dit per periode worden beoordeeld. Voor de periode vóór de stopzetting heeft de belanghebbende aangetoond dat zij de kosten heeft betaald, waardoor de rechtbank het besluit ten onrechte in stand hield.
Voor de periode na de stopzetting heeft de belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat zij de eigen bijdrage tijdig heeft voldaan. De betalingsregeling die zij later heeft getroffen, kan haar niet baten. De Raad van State vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en bepaalt dat de Belastingdienst een nieuw besluit moet nemen, waarbij rekening wordt gehouden met deze overwegingen.
Verder wordt bepaald dat tegen het nieuwe besluit slechts beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, waarna de Belastingdienst een nieuw besluit moet nemen.