ECLI:NL:RVS:2016:3044
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihilstelling voorschot kinderopvangtoeslag over 2013 wegens niet-betaling kosten
Appellante had in 2013 haar kinderen laten opvangen bij een gastouder en ontving aanvankelijk een voorschot kinderopvangtoeslag. Dit voorschot werd op nihil gesteld omdat zij niet alle kosten tijdig had betaald. De rechtbank oordeelde dat appellante onvoldoende had aangetoond dat zij de kosten geheel of gedeeltelijk had voldaan of dat er een betalingsregeling was getroffen.
In hoger beroep stelde appellante dat het voorschot onterecht was stopgezet en dat zij uitstel van betaling had gekregen van de gastouder. De Belastingdienst/Toeslagen erkende dat het op nihil stellen prematuur en onrechtmatig was, maar benadrukte dat betaling van de kosten via het gastouderbureau moest verlopen en dat appellante niet had aangetoond dat zij de kosten daadwerkelijk had betaald.
De Raad van State overwoog dat de betaling van € 2.000,- niet via het gastouderbureau was gegaan, waardoor niet was voldaan aan de kassiersfunctie die wettelijk vereist is. Hierdoor was de overeenkomst feitelijk niet nagekomen en had appellante geen recht op toeslag over 2013. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de nihilstelling van het voorschot kinderopvangtoeslag over 2013 bevestigd.