ECLI:NL:RVS:2017:3265
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bestuurlijke boete wegens overtreding Arbowet en Arbobesluit met matiging
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde een bestuurlijke boete van €51.300,00 op aan [wederpartij] wegens overtredingen van de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbobesluit, met name gerelateerd aan asbestverwijdering zonder juiste inventarisatie. Na bezwaar werd de boete verlaagd naar €45.000,00. De rechtbank verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en matigde de boete verder tot €27.000,00, rekening houdend met de omstandigheden en de instructies aan het personeel.
De minister ging in hoger beroep tegen deze matiging. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom de financiële situatie van [wederpartij] aanleiding gaf tot matiging en dat de matiging buiten de Beleidsregel om was toegepast. Wel achtte de Afdeling de verwijtbaarheid van [wederpartij] verminderd vanwege de zorgvuldigheid en instructies vooraf, en matigde zij de boete met 25% tot €33.750,00.
De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank waarin de boete op €27.000,00 werd vastgesteld en stelde de boete op €33.750,00 vast. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €990,00. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige afweging van ernst, verwijtbaarheid en omstandigheden bij boeteoplegging in arbeidsomstandighedenzaken.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt vastgesteld op €33.750,00 met gedeeltelijke vernietiging van de eerdere lagere boetebeschikking.