ECLI:NL:RVS:2017:3290
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling in stand blijven rechtsgevolgen afwijzing verzoek uitzetting vreemdeling wegens medische omstandigheden
De vreemdeling met de Guinese nationaliteit diende een aanvraag in op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 om te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft vanwege zijn gezondheidstoestand. De staatssecretaris wees dit verzoek af, gesteund op een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) dat stelde dat de vreemdeling onder voorwaarden kon reizen en dat medische behandeling in Guinee mogelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, omdat de staatssecretaris niet had onderzocht of er in Guinee gezins- of familieleden aanwezig waren die mantelzorg konden verlenen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het BMA-advies juist is en dat de staatssecretaris niet verplicht was nader onderzoek te doen naar de beschikbaarheid van psychiatrische zorg tijdens de renovatie van de kliniek in Guinee. Ook is vastgesteld dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de noodzakelijke mantelzorg in Guinee ontbreekt.
De Afdeling stelt dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit niet in stand heeft gelaten en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond. De rechtsgevolgen van het besluit van 3 oktober 2016 blijven derhalve volledig in stand. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit tot afwijzing van het verzoek tot uitstel van uitzetting blijven volledig in stand.