ECLI:NL:RVS:2017:3300
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kennelijk ongegronde asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksualiteit
De staatssecretaris wees de asielaanvraag van de vreemdeling af op grond van ongeloofwaardigheid over zijn homoseksualiteit en de omstandigheden van zijn detentie door familieleden. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de verklaringen ongeloofwaardig waren.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat de rechtbank niet alle tegenwerpingen had meegewogen, zoals tegenstrijdigheden in de verklaringen over gevoelens voor vrouwen en de locatie van detentie. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte enkele tegenwerpingen had genegeerd en dat de staatssecretaris terecht de aanvraag als kennelijk ongegrond kon afwijzen.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee het afwijzingsbesluit van de staatssecretaris standhield. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het afwijzingsbesluit van de staatssecretaris blijft in stand.