ECLI:NL:RVS:2017:3358
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- H. Troostwijk
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning bewoning voormalige bedrijfswoning door derden te Weert
Het college van burgemeester en wethouders van Weert verleende op 24 maart 2015 een omgevingsvergunning voor het bewonen van een voormalige bedrijfswoning door derden op een perceel nabij een varkenshouderij. Het bestemmingsplan 'Buitengebied 2011' stond dit toe onder een afwijkingsbevoegdheid, mits voldaan werd aan een goede ruimtelijke ordening. De maatschap appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep betoogde appellant dat de afwijkingsbevoegdheid in strijd was met de Wet ruimtelijke ordening en dat onvoldoende was gemotiveerd waarom sprake was van een uitzonderingssituatie. Tevens stelde appellant dat het woon- en leefklimaat onaanvaardbaar zou zijn vanwege klachten en conflicten met de vergunninghouder. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de afwijkingsbevoegdheid niet onbeperkt is en dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het college een deugdelijke motivering had gegeven.
Het college had onderzoeken laten uitvoeren naar luchtkwaliteit, geur, geluid en volksgezondheid, waartegen appellant geen inhoudelijke bezwaren had ingebracht. Ook was rekening gehouden met mogelijke uitbreidingen van de varkenshouderij zonder dat het woon- en leefklimaat onaanvaardbaar zou worden. De persoonlijke conflicten tussen bewoners en appellant waren onvoldoende om de vergunning te weigeren.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling. De vergunning blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor bewoning door derden is bevestigd.