ECLI:NL:RVS:2017:3371
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen verbod groepsfietsen in centrum Amsterdam
De burgemeester van Amsterdam heeft bij besluit van 28 september 2016 een gebied in het centrum aangewezen waar het verboden is zich met een groepsfiets, waaronder de bierfiets, te bevinden. Dit verbod trad oorspronkelijk in werking op 1 januari 2017, later uitgesteld tot 1 november 2017. Verzoekers, exploitanten van groepsfietsen, stelden beroep in tegen dit verbod en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de inwerkingtreding van het verbod op te schorten.
De voorzieningenrechter overwoog dat de rechtsvragen in deze zaak beter in de bodemprocedure kunnen worden behandeld en dat een voorlopige voorziening slechts kan worden toegekend na een belangenafweging. Verzoekers konden niet aannemelijk maken dat zij door het verbod ernstig financieel nadeel zouden lijden, mede omdat zij hun exploitatie in gebieden buiten het centrum konden voortzetten. De burgemeester stelde dat het verbod noodzakelijk is vanwege hinder, overlast en verkeershinder veroorzaakt door de groepsfietsen, onderbouwd met klachten van bewoners en waarnemingen van politie.
Gelet op het algemene belang van de burgemeester bij handhaving van de openbare orde en verkeersveiligheid, en het feit dat al sinds 2014 overleg plaatsvindt met exploitanten over de overlast, vond de voorzieningenrechter dat het belang van de burgemeester zwaarder weegt dan dat van de exploitanten. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De bodemprocedure zal zo spoedig mogelijk worden behandeld.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het verbod op groepsfietsen in het centrum van Amsterdam wordt afgewezen.