ECLI:NL:RVS:2017:3374
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielvergunning
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris is afgewezen bij besluit van 5 april 2017. De rechtbank Den Haag heeft dit besluit op 24 oktober 2017 bevestigd door het beroep van de vreemdeling ongegrond te verklaren. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling heeft tevens een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en hij gedurende deze periode opvang en verstrekkingen ontvangt conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 5 december 2017 toegewezen, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350). Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 495,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening waarborgt dat de vreemdeling gedurende de procedure niet wordt uitgezet en recht behoudt op opvang en verstrekkingen, totdat het hoger beroep inhoudelijk is behandeld en beslist.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.