ECLI:NL:RVS:2017:3436
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag extra uren voor strafrechtelijke rechtsbijstand
De zaak betreft het hoger beroep van een advocaat tegen de afwijzing door de Raad voor Rechtsbijstand van zijn aanvraag voor 44 extra uren rechtsbijstand in een strafzaak waarin zijn cliënt wordt verdacht van meerdere diefstallen.
De advocaat betoogde dat de zaak bewerkelijk en feitelijk complex is vanwege het aantal strafbare feiten, de omvang van het dossier, het analfabetisme van de cliënt en het aantal zittingen. De Raad voor Rechtsbijstand oordeelde dat de zaak niet juridisch of feitelijk complex is en dat de aanvraag daarom terecht is afgewezen.
De Raad van State overweegt dat de omvang van het dossier slechts relevant is in relatie tot het aandeel van de cliënt, dat het ontkennen van feiten niet automatisch complexiteit oplevert, dat slechts één inhoudelijke zitting heeft plaatsgevonden en dat de inzet van een observatieteam onvoldoende is voor grootschalige opsporing. Ook het analfabetisme van de cliënt leidt niet tot complexiteit volgens het beleid.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de aanvraag extra uren wordt bevestigd.