ECLI:NL:RVS:2019:3485
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing vergoeding extra uren rechtsbijstand wegens onvoldoende complexiteit zaak
De raad voor rechtsbijstand wees het verzoek van de wederpartij om vergoeding van 30 extra uren rechtsbijstand af wegens het ontbreken van juridische of feitelijke complexiteit die de forfaitaire tijdsgrens overschrijdt. De rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit en oordeelde dat de raad onvoldoende had gemotiveerd waarom de zaak niet bewerkelijk was, met name ten aanzien van langdurige getuigenverhoren, proceshouding verdachte, omvang tenlastelegging, bedreiging vanuit een motorclub en media-aandacht.
In hoger beroep stelt de raad dat het forfaitaire karakter van het toevoegingenstelsel niet vereist dat iedere overschrijding van uren wordt gehonoreerd en dat de advocaat aannemelijk moet maken dat ten minste drie van acht criteria voor complexiteit aanwezig zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de raad het besluit op bezwaar weliswaar summier heeft gemotiveerd, maar dat de wederpartij onvoldoende concreet heeft onderbouwd waarom de zaak bewerkelijk is, behalve ten aanzien van de getuigenverhoren.
De Afdeling vindt dat de raad zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de zaak niet feitelijk complex is en dat de rechtbank ten onrechte tot een ander oordeel is gekomen. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de wederpartij ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de wederpartij wordt ongegrond verklaard en het besluit van de raad tot afwijzing van extra uren rechtsbijstand blijft in stand.