ECLI:NL:RVS:2017:3480
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- F.D. van Heijningen
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking gegevens op grond van Wbp en Wob door RTS
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg inzake het gedeeltelijk afwijzen van zijn verzoeken om afschriften op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) door de Registratiecommissie Tandheelkundige Specialismen (RTS).
RTS had op 1 april 2016 het Wbp-verzoek van appellant gedeeltelijk afgewezen en dit besluit gehandhaafd in bezwaar. Op 9 juni 2016 wees RTS ook het Wob-verzoek gedeeltelijk af met motivering dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het belang van anonieme meldingen zwaarder wegen dan het belang van openbaarheid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het Wbp-besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het Wob-besluit ongegrond.
Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte geen inhoudelijk onderzoek deed naar de geweigerde stukken en dat zijn reputatie door de meldingen ernstig werd geschaad. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht gebruik maakte van haar bevoegdheid om de zaak zonder nader onderzoek af te doen, dat het beroep tegen het Wbp-besluit niet-ontvankelijk was vanwege termijnoverschrijding, en dat RTS de weigering van openbaarmaking deugdelijk had gemotiveerd.
De Afdeling benadrukte dat het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het waarborgen van vertrouwelijke meldingen zwaarder wegen dan het belang van openbaarheid in deze zaak. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.