ECLI:NL:RVS:2017:3492
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vergunningplicht kappen bomen en gebruik inrit in bosgebied
Het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk wees een verzoek van appellant af om handhavend op te treden tegen het zonder vergunning kappen van bomen op een perceel met bosbestemming. De rechtbank Oost-Brabant vernietigde het besluit op bezwaar van het college, oordeelde dat het verwijderen van houtgewas voor een inrit normaal gebruik is en dat geen vergunning vereist is, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Het college stelde incidenteel hoger beroep in tegen deze uitspraak en betoogde dat de rechtbank onzorgvuldig had geoordeeld over de werkzaamheden en het vergunningvereiste. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het college wel degelijk ook de aanleg van de inrit had beoordeeld en dat het verwijderen van begroeiing voor een inrit dat tevens als parkeervoorziening wordt gebruikt, valt onder normaal gebruik overeenkomstig de bestemming "Bos".
De Afdeling oordeelde dat het parkeren op de inrit binnen de bestemming "Bos" niet in strijd is met het bestemmingsplan, mede gelet op eerdere jurisprudentie, en dat het college het verzoek om handhaving terecht had afgewezen. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard, het incidentele hoger beroep van het college gegrond en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het incidentele hoger beroep van het college gegrond, waarbij de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.