ECLI:NL:RVS:2017:3454
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhaving gebruik bosgrond als inrit en parkeervoorziening
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk om handhavend op te treden tegen het gebruik van een strook bosgrond als inrit en parkeervoorziening op een perceel te Bergeijk. Het college wees dit verzoek af, wat door appellant werd aangevochten via bezwaar en beroep bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het gebruik van de inrit en parkeervoorziening niet in strijd is met het bestemmingsplan, aangezien in- en uitritten zijn toegestaan zonder maximum en parkeren op de inrit is toegestaan.
Appellant stelde in hoger beroep dat parkeren op de inrit in strijd is met artikel 6.3 van de planregels, dat parkeren beperkt tot binnen twee meter van de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied". De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat artikel 6.3 een beperking vormt voor parkeervoorzieningen maar niet voor in- en uitritten. Het gebruik van de inrit als parkeervoorziening door de eigenaar of met diens toestemming is daarom niet strijdig met het bestemmingsplan.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 20 december 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het gebruik van de bosgrond als inrit en parkeervoorziening is niet in strijd met het bestemmingsplan.