ECLI:NL:RVS:2017:35
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Terugwijzing zaak over lening voor inburgeringscursus aan slachtoffer mensenhandel
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wees de aanvraag van appellante af voor een geldlening die verband houdt met een inburgeringscursus. Appellante, een slachtoffer van mensenhandel met een verblijfsvergunning voor tijdelijke humanitaire gronden, werd door de minister niet als inburgeringsplichtig aangemerkt, waardoor zij geen aanspraak op de lening had. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij ook als niet-inburgeringsplichtige aanspraak op de lening heeft op grond van EU-richtlijn 2004/81/EG, die slachtoffers van mensenhandel toegang tot onderwijs en sociale programma's moet bieden. De minister stelde dat appellante zich niet eerder expliciet op deze richtlijn had beroepen, waardoor deze niet in het hoger beroep zou mogen worden betrokken.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de minister in bezwaar de toepasselijkheid van de richtlijn had moeten onderzoeken en beoordelen of de nationale wetgeving in strijd is met artikel 12 van Pro de richtlijn. Ook de rechtbank had dit moeten doen. Omdat dit niet is gebeurd, vernietigde de Afdeling het vonnis van de rechtbank en wees de zaak terug voor een actueel onderzoek naar de feitelijke en juridische gronden.
De Afdeling stelde de proceskosten in hoger beroep vast en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht aan appellante. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Lubberdink en leden Bijloos en Hoogvliet op 11 januari 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nader onderzoek naar de toepasselijkheid van de EU-richtlijn.