ECLI:NL:RVS:2019:512
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing lening voor inburgeringscursus aan slachtoffer mensenhandel
De zaak betreft het hoger beroep van een vrouw die als slachtoffer van mensenhandel een lening voor een inburgeringscursus had aangevraagd, welke door de minister werd afgewezen omdat zij niet inburgeringsplichtig was. De rechtbank vernietigde het eerdere besluit wegens een motiveringsgebrek, maar oordeelde dat artikel 12 van Pro Richtlijn 2004/81/EG geen recht op een lening voor een inburgeringscursus verleent.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft beoordeeld of de vrouw binnen de werkingssfeer van de Richtlijn valt, gelet op haar verblijfsvergunning die met terugwerkende kracht was ingetrokken. De Afdeling concludeerde dat zij gedurende de feitelijke verblijfsperiode onder de Richtlijn valt en dat de gevolgde inburgeringscursus een bestaand programma is gericht op sociale integratie.
Echter, aangezien de cursus werd aangeboden door een private onderneming zonder specifieke overeenkomst met de overheid, valt deze niet onder artikel 12 van Pro de Richtlijn. De Afdeling verwierp het betoog dat de Richtlijn een recht op lening voor de cursus inhoudt en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor prejudiciële vragen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de leningaanvraag bevestigd.