ECLI:NL:RVS:2017:3511
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontheffing voor beheer damherten in Noord-Hollandse duingebieden
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland verleende op 9 februari 2016 een ontheffing aan de Faunabeheereenheid Noord-Holland voor het opzettelijk verontrusten en doden van damherten in het Noord-Hollandse deel van de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) en het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (NPZK). Deze ontheffing was gebaseerd op het Faunabeheerplan damherten 2016-2020, waarin de populatiegroei en de noodzaak tot regulering werden beschreven.
De Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren en Stichting De Faunabescherming stelden beroep in tegen dit besluit, stellende dat het faunabeheerplan onvoldoende rekening hield met dierenwelzijn en natuurbescherming, en dat het college onterecht de ontheffing verleende in het belang van verkeersveiligheid en ter voorkoming van schade aan flora en fauna. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de Faunabeheereenheid bevoegd was het faunabeheerplan op te stellen en dat het college de belangen van dierenbescherming voldoende had betrokken. Het college mocht het belang van verkeersveiligheid onder openbare veiligheid scharen en had adequaat gemotiveerd waarom geen andere bevredigende oplossingen bestonden. Ook was er voldoende onderbouwing dat de toename van damherten schadelijk is voor flora en fauna, en waren de streefstanden voor de populatie adequaat vastgesteld.
Het hoger beroep van de Faunabescherming werd niet-ontvankelijk verklaard, en het hoger beroep van de Dierenbescherming werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbeterde motivering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Faunabescherming is niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep van de Dierenbescherming ongegrond, waarmee het besluit tot ontheffing is bevestigd.