ECLI:NL:RVS:2017:3512
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontheffing voor doden damherten in Noord-Hollandse duingebieden
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland heeft op 9 februari 2016 een ontheffing verleend aan de Faunabeheereenheid voor het opzettelijk verontrusten en doden van damherten in het Noord-Hollandse deel van de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) en het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (NPZK). De Faunabescherming stelde beroep in tegen deze ontheffing, stellende dat het faunabeheerplan ten onrechte als basis diende en dat de ontheffing niet gerechtvaardigd was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna de Faunabescherming hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en de zaak inhoudelijk beoordeeld. De Afdeling oordeelde dat het faunabeheerplan adequaat was opgesteld en dat het college de belangen van dierenwelzijn en natuurbescherming voldoende had meegewogen. Tevens was het college bevoegd om de ontheffing te verlenen in het belang van de verkeersveiligheid en ter voorkoming van schade aan flora en fauna.
De Afdeling stelde vast dat de AWD en het NPZK als één leefgebied mogen worden beschouwd en dat het doden van damherten noodzakelijk is om aanrijdingen en schade te beperken. Alternatieve maatregelen zoals snelheidsverlaging of afrastering zijn onvoldoende effectief of onwenselijk. Het faunabeheerplan en onderliggende onderzoeken tonen aan dat de damhertenpopulatie schadelijke effecten heeft op de flora en fauna in het gebied. De Afdeling verwierp de bezwaren van de Faunabescherming en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot ontheffing voor het opzettelijk verontrusten en doden van damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen en het Nationaal Park Zuid-Kennemerland.