ECLI:NL:RVS:2017:3572
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Bestemmingsplan Recreatiegebied Walbeckerheide niet in overeenstemming met goede ruimtelijke ordening wegens onvoldoende borging groene inrichting
De raad van de gemeente Venlo stelde op 29 maart 2017 het bestemmingsplan 'Recreatiegebied Walbeckerheide' vast, waarin de realisatie van 36 POD houses en bijbehorende voorzieningen werd mogelijk gemaakt. Parvus Avez B.V. en Beheervereniging Villa Parc Arcen, als belanghebbenden, stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het geschil en beoordeelde of het plan in overeenstemming was met het recht en een goede ruimtelijke ordening.
De Afdeling stelde vast dat het plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft, omdat het voorziet in meer dan 500 m2 bebouwing ten behoeve van een recreatieterrein, en dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat er een actuele regionale behoefte aan deze bijzondere vorm van recreatie met POD houses bestaat. De raad had de samenwerking met het attractiepark Irrland voldoende onderbouwd en het plan was niet in strijd met de Omgevingsverordening Limburg 2014 en het provinciaal beleid.
Wel oordeelde de Afdeling dat het plan niet voldoende waarborgt dat de noodzakelijke groene inrichting van het plangebied wordt gerealiseerd en in stand gehouden. De bestemmingen 'Bos' en 'Groen' staan weliswaar groenvoorzieningen toe, maar bieden geen garantie dat deze daadwerkelijk worden gerealiseerd, mede omdat de gemeente niet eigenaar is van de gronden. Het ontbreken van een voorwaardelijke verplichting hiervoor leidt tot vernietiging van het besluit op dit punt. Andere beroepsgronden, zoals het akoestisch klimaat, alternatieve locaties en financiële uitvoerbaarheid, faalden.
De Afdeling draagt de raad op om binnen twintig weken het gebrek te herstellen door het besluit te wijzigen en een voorwaardelijke verplichting op te nemen of anderszins inzicht te geven in de borging van de groene inrichting, en hierover te berichten aan de Afdeling en partijen.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt deels vernietigd wegens het ontbreken van een voorwaardelijke verplichting voor de realisering en instandhouding van de groene inrichting.