ECLI:NL:RVS:2017:3609
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige Turkse vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 16 juni 2014 de aanvraag van een Turkse vreemdeling voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep gegrond had verklaard op basis van een eerdere uitspraak die door de Afdeling zelf was vernietigd. De Afdeling concludeerde dat de vreemdeling geen nieuwe gegevens had overgelegd die tot een andere beoordeling zouden leiden.
De Afdeling oordeelde verder dat het beroep faalt dat de staatssecretaris in strijd met het gelijkheidsbeginsel zou hebben gehandeld, omdat de adviezen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) niet vergelijkbaar waren. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.