ECLI:NL:RVS:2017:413
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen wegens niet voldoen aan looncriterium kennismigrant
De minister legde aan appellant een boete van €8.000,- op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een vreemdeling niet het vereiste loon ontving volgens het looncriterium voor kennismigranten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Inspectie SZW constateerde op basis van arbeidsovereenkomst, loonstroken en jaaropgave dat de vreemdeling van maart tot en met december 2013 in dienst was, maar niet aan het looncriterium voldeed. Appellant stelde dat de minister niet had aangetoond dat de vreemdeling arbeid verrichtte en dat de bewijslast onterecht bij haar lag. Dit werd verworpen omdat de stukken het dienstverband en loonbetalingen bevestigden, en appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de vreemdeling in oktober 2013 niet werkte.
Appellant voerde tevens aan dat de latere, gunstigere regeling voor het looncriterium (maandloon in plaats van jaarloon) moest worden toegepast op grond van het lex mitior-beginsel. De Raad van State oordeelde dat deze wijziging niet tot een andere sanctie of delictsomschrijving leidde en daarom niet van toepassing was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €8.000,- wegens het niet voldoen aan het looncriterium voor kennismigranten.