ECLI:NL:RVS:2017:450
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet-ontvankelijkheid asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie verklaarde bij besluit van 17 september 2015 de asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat de vreemdeling internationale bescherming geniet in Italië. De rechtbank Den Haag oordeelde echter dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en vernietigde het, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat uit de brief van de Italiaanse autoriteiten van 17 juni 2015 niet blijkt dat de vreemdeling zijn verblijfsstatus in Italië is kwijtgeraakt. De rechtbank had onvoldoende onderkend dat de vreemdeling na terugkeer in Italië waarschijnlijk weer aanspraak kan maken op bescherming. Hierdoor was het besluit van de staatssecretaris terecht dat de asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard.
Verder verwierp de Raad van State de bezwaren van de vreemdeling met betrekking tot het gezinsleven en het vertrouwen dat was gewekt omtrent de verlengde asielprocedure. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.