ECLI:NL:RVS:2016:2940
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardigheid seksuele gerichtheid
De staatssecretaris wees de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af op grond van ongeloofwaardigheid van haar gestelde lesbische gerichtheid en sprak een vertrektermijn en inreisverbod uit. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de seksuele gerichtheid ongeloofwaardig zou zijn.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte voorbij was gegaan aan meerdere elementen die de staatssecretaris bij zijn beoordeling had betrokken, zoals tegenstrijdige verklaringen van de vreemdeling over haar relaties en het late tijdstip van het indienen van de opvolgende aanvraag.
Voorts stelde de Raad van State vast dat artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000 niet beperkt is tot de algemene asielprocedure en dat het afwijzen van een aanvraag als kennelijk ongegrond ook in andere procedures mogelijk is. De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.