ECLI:NL:RVS:2017:453
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen wegens geloofsbekering
Bij besluiten van 22 augustus 2016 heeft de staatssecretaris de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen, samen met hun minderjarige kinderen, stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit op 13 januari 2017 ongegrond verklaarde. Hiertegen werd hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De vreemdelingen maakten tevens bezwaar tegen hun voorgenomen feitelijke uitzetting op 20 februari 2017 en verzochten om een voorlopige voorziening. Zij stelden dat zij zich hadden bekeerd tot het christendom en dat zij daardoor bij terugkeer naar Afghanistan een reëel risico liepen op een schending van artikel 3 EVRM Pro, dat foltering en onmenselijke behandeling verbiedt. De staatssecretaris wees de asielaanvragen op grond van deze bekering af.
De voorzieningenrechter van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep kennelijk ongegrond was en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Tegelijkertijd werd de voorlopige voorziening toegewezen die de uitzetting op 20 februari 2017 opschortte, omdat onvoldoende tijd was om het risico van schending van artikel 3 EVRM Pro te beoordelen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €495,00.
De uitspraak benadrukt dat de rechtbank in de lopende procedure zal toetsen of de bekering geloofwaardig is en of er een reëel risico bestaat bij terugkeer. De voorlopige voorziening dient ter bescherming van de vreemdelingen totdat deze beoordeling is afgerond.
Uitkomst: De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en de voorgenomen uitzetting wordt bij wijze van voorlopige voorziening opgeschort.