ECLI:NL:RVS:2017:574

Raad van State

Datum uitspraak
8 maart 2017
Publicatiedatum
8 maart 2017
Zaaknummer
201504877/3/R2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.3.1 Verordening ruimte 2014Art. 6:19 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging bestemmingsplan Buitengebied Teylingen wegens onzorgvuldige agrarische bebouwingsregels

De zaak betreft het bestemmingsplan 'Buitengebied Teylingen' vastgesteld op 30 april 2015 door de raad van de gemeente Teylingen. Appellant stelde dat het plan in strijd was met artikel 2.3.1 van de Verordening ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland omdat niet was onderzocht of alle bouwmogelijkheden voor reëel agrarische bedrijven waren benut. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een tussenuitspraak dat het plan niet met de vereiste zorgvuldigheid was voorbereid en gaf de raad opdracht de gebreken binnen 26 weken te herstellen.

De raad stelde op 15 december 2016 een gewijzigd bestemmingsplan vast waarin de onbenutte bouwmogelijkheden voor reëel agrarische bedrijven waren ongedaan gemaakt. Appellant bracht zienswijzen naar voren over de digitale verbeelding van het plan op www.ruimtelijkeplannen.nl, die onduidelijk zou zijn. De Afdeling stelde vast dat de digitale verbeelding van het gewijzigde plan geen bestemmingen per plandeel toont, maar dat deze wel zichtbaar zijn in het oorspronkelijke plan dat in samenhang met het gewijzigde plan moet worden gelezen.

De Afdeling oordeelde dat met het gewijzigde besluit was voldaan aan de opdracht uit de tussenuitspraak en verklaarde het beroep tegen het besluit van 15 december 2016 ongegrond. Het beroep tegen het besluit van 30 april 2015 werd gegrond verklaard en vernietigd voor zover het nieuwe agrarische bebouwing toestaat zonder volledig onderzoek. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.

Uitkomst: Het bestemmingsplan van 30 april 2015 wordt vernietigd voor de agrarische bebouwingsregels, het gewijzigde plan van 15 december 2016 wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

201504877/3/R2.
Datum uitspraak: 8 maart 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend te Warmond, gemeente Teylingen,
en
de raad van de gemeente Teylingen,
verweerder.
Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 29 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1785, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van de raad van 30 april 2015, waarbij het bestemmingsplan "Buitengebied Teylingen" is vastgesteld, te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.
Bij besluit van 15 december 2016 heeft de raad een besluit genomen naar aanleiding van de tussenuitspraak.
[appellant] heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, zijn zienswijze over de wijze waarop de gebreken zijn hersteld naar voren gebracht.
De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.
Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 7.5 en 7.6 overwogen dat in het bestreden besluit van 30 april 2015 niet inzichtelijk is of het bestemmingsplan "Buitengebied Teylingen" voor reëel agrarische bedrijven, in strijd met artikel 2.3.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Verordening ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland (hierna: de Verordening), nieuwe bebouwing toestaat, nu bij de voorbereiding van het plan niet is onderzocht of alle bouwmogelijkheden bij de reëel agrarische bedrijven volledig zijn benut en of de afwijkings- en wijzigingsregels voor deze bedrijven van toepassing kunnen zijn. In zoverre is het plan niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid.
2. Gelet op hetgeen is overwogen in de tussenuitspraak is het beroep van [appellant] tegen het besluit van 30 april 2015 gegrond. Het besluit van 30 april 2015 dient in zoverre te worden vernietigd.
3. Bij de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen voornoemde gebreken in het besluit van 30 april 2015 binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak te herstellen, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak onder 7.5 en 7.6 is overwogen.
4. Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 15 december 2016 het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld.
Hierbij zijn alle onbenutte bouwmogelijkheden voor zogenoemde reëel agrarische bedrijven ongedaan gemaakt. Hiertoe zijn de op pagina 8 van de plantoelichting vermelde planregels aangepast.
5. Artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) luidt:
"Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben."
6. Het besluit van 15 december 2016 is ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Awb mede onderwerp van het geding.
7. [appellant] heeft in zijn zienswijze te kennen gegeven dat de planregels correct zijn aangepast.
[appellant] betoogt echter dat op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl de digitale verbeelding onduidelijk is, nu ten onrechte niet is weergegeven welke bestemming en aanduidingen gelden per plandeel.
8. De Afdeling stelt vast dat op www.ruimtelijkeplannen.nl de digitale verbeelding bij het op 15 december 2016 vastgestelde plan wordt weergegeven. Hierop is de begrenzing van het plangebied aangegeven. De bestemmingen en de aanduidingen per plandeel zijn niet zichtbaar. De planregels, waarin de aanpassingen met een gele kleur zijn gemarkeerd, zijn wel zichtbaar. De bestemmingen en de aanduidingen zijn bij het op 15 december 2016 vastgestelde plan niet gewijzigd ten opzichte van het bestemmingsplan "Buitengebied Teylingen" van 30 april 2015.
Op www.ruimtelijkeplannen.nl is op diezelfde pagina van het op 15 december 2016 vastgestelde plan tevens de map "plannen die een relatie hebben met dit plan" opgenomen. Deze map bevat het bestemmingsplan "Buitengebied Teylingen" van 30 april 2015. Op de digitale verbeelding van dit plan zijn de bestemming en de aanduidingen per plandeel volledig zichtbaar.
Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de weergave op www.ruimtelijkeplannen.nl, voor zover het betreft de digitale verbeelding bij het op 15 december 2016 vastgestelde plan, leidt tot een rechtsonzekere situatie, nu duidelijk is dat de plannen in samenhang moeten worden gelezen.
Het betoog faalt.
9. Gelet op het vorenstaande is met het besluit van 15 december 2016 voldaan aan de opdracht in de tussenuitspraak. Het beroep tegen dat besluit is ongegrond.
10. De raad wordt op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten veroordeeld.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het beroep van [appellant] tegen het besluit van de raad van de gemeente Teylingen van 30 april 2015 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Teylingen", voor zover het betreft de planregels voor gronden met een agrarische bestemming, voor zover deze in strijd met artikel 2.3.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Verordening nieuwe agrarische bebouwing toestaan voor reëel agrarische bedrijven, gegrond;
II. vernietigt dat besluit in zoverre;
III. verklaart het beroep van [appellant] tegen het besluit van de raad van de gemeente Teylingen van 15 december 2016 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Teylingen" ongegrond;
IV. veroordeelt de raad van de gemeente Teylingen tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.237,50 (zegge: twaalfhonderdzevenendertig euro en 50 eurocent), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
V. gelast dat de raad van de gemeente Teylingen aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 167,00 (zegge: honderdzevenenzestig euro) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. J.C. Kranenburg, voorzitter, en mr. E.A. Minderhoud en mr. G.T.J.M. Jurgens, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.S.D. Ramrattansing, griffier.
w.g. Kranenburg w.g. Ramrattansing
voorzitter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 maart 2017
408.