ECLI:NL:RVS:2016:1785
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.C. Kranenburg
- E.A. Minderhoud
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en herstelopdracht bestemmingsplan Buitengebied Teylingen wegens strijd met Verordening ruimte en onvoldoende motivering
De raad van de gemeente Teylingen stelde op 30 april 2015 het bestemmingsplan "Buitengebied Teylingen" vast, dat onder meer het buitengebied reguleert met uitzondering van de kernen Voorhout, Sassenheim en Warmond. Diverse partijen, waaronder Fort Marina B.V., Finance Holding B.V., het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem en individuele appellanten, stelden beroep in tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de beroepen van Fort Marina en anderen en van [appellant sub 2] niet-ontvankelijk zijn omdat zij geen zienswijze hadden ingediend tegen het ontwerpplan. Het beroep van Finance Holding en van [appellant sub 6A] en [appellant sub 6B] werd ongegrond verklaard, waarbij onder meer werd geoordeeld dat het bestemmingsplan de mogelijkheid voor extensief recreatief medegebruik en nevenfuncties op agrarische gronden op redelijke wijze regelt en dat de maximale hoogte van woonschepen passend is vastgesteld.
Het beroep van het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem werd gegrond verklaard. De Afdeling vernietigde het bestemmingsplan voor zover het de plandelen met de bestemming "Recreatie - Verblijfsrecreatie - kampeerterrein 1" en "kampeerterrein 2" aan het eind van de Boekhorsterweg betreft, omdat de raad onvoldoende had gemotiveerd dat de planregeling ruimtelijk aanvaardbaar was, mede gezien het vervallen van de Wet op de openluchtrecreatie. Tevens werd de raad opgedragen binnen een jaar een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast werd het bestemmingsplan deels geschorst en de raad opgedragen binnen 26 weken de gebreken te herstellen met betrekking tot de bouwmogelijkheden voor reëel agrarische bedrijven, die mogelijk in strijd zijn met artikel 2.3.1 van de Verordening ruimte 2014 van Zuid-Holland. De Afdeling stelde dat het plan onvoldoende inzicht geeft of het nieuwe bebouwing toestaat voor reëel agrarische bedrijven zonder perspectief op volwaardigheid.
De Afdeling wees ook proceskosten toe aan het college van Kaag en Braassem en schorste het plan voor de genoemde onderdelen als voorlopige voorziening tot de einduitspraak. De overige beroepen werden afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt deels vernietigd en de raad krijgt herstelopdrachten opgelegd voor strijdige en onvoldoende gemotiveerde onderdelen.