ECLI:NL:RVS:2017:592
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers in beschermd stadsgezicht
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde op 9 februari 2016 een plaatsingsplan vast voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers (ORAC's) in de wijk Duinzigt. Appellanten voerden bezwaar aan tegen de locatiekeuze, met name omdat deze binnen een beschermd stadsgezicht ligt en zij stelden een alternatieve locatie voor met minder nadelen.
De Raad van State oordeelde dat het college de beperkte zichtbare impact van de ORAC's, die grotendeels ondergronds zijn met een bovengronds deel van circa 1 meter, terecht heeft meegewogen. Het college hoefde het beschermde stadsgezicht niet doorslaggevend te achten gezien de geringe gevolgen voor het straatbeeld.
Daarnaast stelde het college dat de voorgestelde alternatieve locatie niet voldeed aan de randvoorwaarde van maximale loopafstanden van 75 meter, met een uitloop tot 125 meter. De Raad van State bevestigde dat aanwijzing van de alternatieve locatie zou leiden tot loopafstanden boven de toegestane norm voor bewoners, waardoor het college redelijk heeft gekozen voor de oorspronkelijke locatie.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het plaatsingsplan voor ondergrondse restafvalcontainers in wijk Duinzigt wordt ongegrond verklaard.