ECLI:NL:RVS:2017:596
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit
Appellante verzocht om naturalisatie tot Nederlander, maar haar verzoek werd op 17 april 2015 afgewezen door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wegens het ontbreken van een gelegaliseerde geboorteakte en een geldig buitenlands reisdocument. De minister verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank Rotterdam wees het beroep af. Appellante stelde dat haar identiteit vaststaat op grond van DNA-onderzoek en dat zij in bewijsnood verkeert omdat zij geen geboorteakte of paspoort kan verkrijgen van de Azerbeidzjaanse autoriteiten.
De Raad van State oordeelt dat DNA-onderzoek onvoldoende is om identiteit en nationaliteit te bewijzen, omdat essentiële persoonsgegevens ontbreken. Verder is niet gebleken dat appellante alles heeft gedaan om de vereiste documenten te verkrijgen, onder meer omdat zij geen professionele derde heeft ingeschakeld en niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij persoonlijk naar Azerbeidzjan moet reizen. De Raad stelt dat het onderzoek van de Azerbeidzjaanse autoriteiten niet alle naamvarianten heeft omvat en dat het niet onmogelijk is dat een andere schrijfwijze tot een geboorteakte leidt.
Daarnaast is appellante niet vergelijkbaar met etnische Armeniërs uit Azerbeidzjan of Syriërs die vrijstelling krijgen van de documentenplicht. De Raad concludeert dat appellante niet in bewijsnood verkeert en bevestigt het bestreden vonnis. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.