ECLI:NL:RVS:2017:600
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.J. van Ettekoven
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Brantjesstraat 2016 wegens onvoldoende zorgvuldigheid en rechtszekerheid
De raad van de gemeente Purmerend stelde op 21 april 2016 het bestemmingsplan Brantjesstraat 2016 vast, waarin de bouw van twee woningen en een ontsluitingsweg op een voormalige schoolwerktuin werd voorzien. [Appellant], wonend naast het plangebied, maakte bezwaar tegen het plan vanwege mogelijke aantasting van zijn woon- en leefklimaat en procedurele tekortkomingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het plan niet zorgvuldig was voorbereid, onder meer omdat essentiële flora- en faunaonderzoeken niet volledig waren uitgevoerd en niet alle beschermde diersoorten waren onderzocht. Daarnaast waren diverse planregels onduidelijk geformuleerd, zoals het begrip 'peil', de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken, de locatie van het achtererfgebied en de maximale bouwmogelijkheden per bouwvlak. Deze onduidelijkheden schenden het rechtszekerheidsbeginsel.
De Afdeling verwierp bezwaren over het ontbreken van overleg voorafgaand aan het ontwerpplan en over de behandeling van zienswijzen. Ook oordeelde zij dat de wijziging van het maximale bebouwingspercentage van 65% naar 80% geen wezenlijke wijziging van het plan betrof. De raad werd opgedragen de geconstateerde gebreken binnen vier weken te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan. Het beroep van [appellant] werd gegrond verklaard en het bestemmingsplan vernietigd.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Brantjesstraat 2016 wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid en schending van het rechtszekerheidsbeginsel.