Uitspraak
200906804/1/R1ter zitting behandeld op 23 en 24 maart 2011, waar [appellant sub 1], [appellante sub 3], [appellant sub 4], [appellant sub 6], [appellant sub 7], allen vertegenwoordigd door D.C. van der Wel, werkzaam bij Vellekoop Makelaardij, [appellant sub 2], [appellante sub 5] en andere, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. M. van Harten, advocaat te Den Haag, LTO-Noord Glaskracht, vertegenwoordigd door L.W.M. Claessen, [appellante sub 9] en anderen, in de persoon van [gemachtigde] en bijgestaan door J. Bennink, werkzaam bij Argo Consult, [appellant sub 10] en [appellant sub 11], beiden bijgestaan door mr. B.J.P.M. Zwinkels, advocaat te Honselersdijk, en de raad, vertegenwoordigd door mr. R. van den Bosch, A. de Vries, drs. W.N. Zwama, mr. A. van der Ven, E.J. Greving, drs. M.A.J. Verweij-Peeters, ing. W.F. van Zinderen Bakker en ing. M. Groen, zijn verschenen. Voorts zijn daar Grondbank RZG Zuidplas, vertegenwoordigd door P. van Haasteren, en het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland, vertegenwoordigd door drs. K.P. Spannenburg, werkzaam bij de provincie, als partij gehoord. Na de zitting zijn de zaken gesplitst.
200906804/1/R1, is ten aanzien van de plandelen met de bestemming "Woongebied - Uit te werken Ringvaartdorp" in het bestemmingsplan "Zuidplas West" van de voormalige gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle, welke betrekking hebben op het deelgebied Zevenhuizen-Zuid, geoordeeld dat deze plandelen zijn vastgesteld in strijd met artikel 3.6, eerste lid, onder b, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro), artikel 3.1.4 van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) en artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). De Afdeling ziet aanleiding in overeenkomstige zin te oordelen wat betreft het plandeel met de bestemming "Woongebied - Uit te werken Ringvaartdorp" in het voorliggende bestemmingsplan als zij in de overwegingen 2.5.5. tot en met 2.5.7. van vorenbedoelde uitspraak heeft gedaan met dien verstande dat het in de voorliggende zaak gaat om artikel 17 van Pro de planregels.
200907364/1/R2, aan de in het exploitatieplan opgenomen raming van de inbrengwaarden van de betrokken gronden in beginsel een door een onafhankelijke deskundige uitgevoerde taxatie ten grondslag te liggen. Nu de raad ter zitting te kennen heeft gegeven dat de raming van de inbrengwaarden van de gronden in het exploitatiegebied niet is gebaseerd op een schriftelijk, gemotiveerd advies van een onafhankelijke deskundige, die heeft geraamd overeenkomstig artikel 6.13, vijfde lid, van de Wro en de betreffende artikelen van de onteigeningswet, en waarin is uiteengezet op basis waarvan de inbrengwaarden zijn geraamd, heeft de raad nagelaten bij de voorbereiding van het besluit tot vaststelling van het exploitatieplan de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.