ECLI:NL:RVS:2017:623
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Raad van State tussenuitspraak over bestemmingsplan Actualisatieplan Heerhugowaard 2015 en bedrijfsvoering dierenkliniek
De raad van de gemeente Heerhugowaard stelde op 23 februari 2016 het bestemmingsplan "Actualisatieplan Heerhugowaard 2015" vast, waarin onder meer de herstructurering van het perceel [locatie 1] is voorzien met de sloop van agrarische bebouwing en de bouw van zeven woningen. De maatschap Dierenkliniek Middenwaard, gevestigd op het aangrenzende perceel [locatie 2], en andere appellanten maakten bezwaar tegen dit plan vanwege mogelijke beperkingen van de bedrijfsvoering en aantasting van het woon- en leefklimaat.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het plan niet als stedelijke ontwikkeling kwalificeert en dat de raad terecht het plan niet aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening hoefde te toetsen. Ook is vastgesteld dat de Uitvoeringsregeling 2011 van toepassing is op de exploitatieopzet, waardoor de kosten van bedrijfsverplaatsing mogen worden meegenomen. De maatschap is geen agrarisch bedrijf, zodat het verbod op beperking van agrarische bedrijven niet van toepassing is.
Wel stelde de Afdeling vast dat de woningen deels binnen de 50 meter afstand tot de mestplaat en stal zijn gepland, waardoor het gebruik van de mestplaat en dierenverblijf mogelijk wordt beperkt. De raad heeft onvoldoende onderzocht en gemotiveerd of een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en of eventuele beperkingen van de bedrijfsvoering acceptabel zijn. Ook is onvoldoende onderzoek gedaan naar de akoestische gevolgen van de dierenkliniek voor de woningen.
De Afdeling oordeelde dat het plan in zoverre onzorgvuldig is voorbereid en gaf de raad opdracht binnen 26 weken de gebreken te herstellen door nader onderzoek en motivatie of het plan aangepast moet worden. Daarnaast is geoordeeld dat de maximale bouwhoogte en het bouwvolume niet onaanvaardbaar zijn en dat de geurhinder van de kadaverplaats niet leidt tot onaanvaardbare overlast.
Uitkomst: De raad wordt opgedragen binnen 26 weken de gebreken in het bestemmingsplan te herstellen door nader onderzoek en motivatie over de gevolgen voor de bedrijfsvoering en het woon- en leefklimaat.