ECLI:NL:RVS:2016:981
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestemmingsplan woningbouw nabij melkveehouderij niet in strijd met geurwetgeving
De appellant exploiteert een melkveehouderij nabij het plangebied waar een woning gebouwd mag worden. Hij betoogt dat de woning binnen 100 meter van zijn bedrijf komt te staan, waardoor zijn bedrijfsvoering onnodig wordt beperkt en uitbreiding wordt verhinderd. Tevens voert hij aan dat de omgeving als bebouwde kom moet worden aangemerkt, waardoor een grotere afstand geldt, en dat de bouw van een woning strijdig is met de VNG-brochure en provinciale verordening.
De Raad overweegt dat het plangebied zich in een overwegend agrarisch gebied bevindt met lintbebouwing die te gering is om als bebouwde kom te kwalificeren. De afstand tussen het bouwvlak van de woning en het melkveebedrijf bedraagt circa 73 meter, wat voldoet aan de 50 meter norm voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom volgens de Wet geurhinder en veehouderij. Ook het argument over een mogelijk mestbassin binnen 100 meter faalt, omdat geen concrete plannen bestaan en de inrichting van het perceel dit niet aannemelijk maakt.
Verder acht de Raad de afwijking van de VNG-richtafstand van 100 meter gemotiveerd en aanvaardbaar. De woningbouw past binnen de provinciale verordening en draagt bij aan het saneren en verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. De zienswijzen van appellant zijn in het besluit voldoende behandeld. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan wordt ongegrond verklaard en de bouw van de woning is toegestaan binnen de geldende afstandsnormen.