ECLI:NL:RVS:2017:692
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvullende uitkering uit Schadefonds Geweldsmisdrijven
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven. De appellant stelde slachtoffer te zijn van diverse geweldsmisdrijven tussen 1985 en 2010, waaronder mishandeling, bedreiging met geweld, stalking, diefstal met geweld, mensenhandel en drugshandel. De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) kende haar aanvankelijk geen uitkering toe wegens gebrek aan voldoende bewijs, maar kende na bezwaar een uitkering van € 2.500 toe voor een bedreiging met een vuurwapen in 1998, bevestigd door de politie.
De rechtbank verklaarde het beroep van de appellant ongegrond, omdat zij onvoldoende objectieve aanwijzingen had geleverd voor de overige gestelde misdrijven. De appellant voerde in hoger beroep aan dat zij door meerdere misdrijven ernstig getraumatiseerd was en dat de CSG had moeten onderzoeken en haar medisch dossier opvragen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het aan de appellant is om haar aanvraag met objectieve gegevens te onderbouwen en dat medische gegevens niet zonder meer aantonen dat het letsel door de genoemde misdrijven is veroorzaakt.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank dat alleen de bedreiging met het vuurwapen in 1998 aannemelijk is gemaakt en dat de overige claims onvoldoende onderbouwd zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitkering van € 2.500 blijft gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitkering van € 2.500 voor bedreiging met vuurwapen blijft gehandhaafd.