ECLI:NL:RVS:2017:72
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in bewaring gesteld zonder juiste motivering over medische omstandigheden
De vreemdeling werd bij besluit van 21 oktober 2016 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring op 8 november 2016 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij klaagde dat de rechtbank ten onrechte aannam dat de staatssecretaris de medische omstandigheden in de belangenafweging had betrokken, terwijl dit niet uit de maatregel van bewaring bleek. Dit vormde volgens de vreemdeling een motiveringsgebrek.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris niet had gemotiveerd waarom geen minder dwingende maatregel werd toegepast ondanks de medische omstandigheden, in strijd met het arrest Mahdi van het Hof van Justitie. Hierdoor voldeed de motivering niet aan de wettelijke eisen en werd het hoger beroep gegrond verklaard.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling tegen het bewaringbesluit alsnog gegrond verklaard. Omdat de bewaring reeds was opgeheven, werd geen bevel tot opheffing gegeven. De vreemdeling kreeg een vergoeding voor de periode van bewaring en proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt alsnog toegewezen wegens onvoldoende motivering over medische omstandigheden.