ECLI:NL:RVS:2017:749
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen huis- en contactverbod wegens vermoedelijk huiselijk geweld
Bij besluit van 29 mei 2016 legde de burgemeester van Rotterdam een tijdelijk huisverbod op aan [wederpartij], waarbij hij werd gelast de woning te verlaten en geen contact te hebben met twee bewoners, waaronder een zwangere vrouw. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van [wederpartij] tegen dit besluit gegrond, omdat onvoldoende gevaar voor de veiligheid was vastgesteld.
De burgemeester stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het huisverbod een ingrijpend instrument is dat alleen kan worden opgelegd bij een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid. Uit verklaringen, foto’s van letsel en het Risico-taxatie instrument Huiselijk Geweld bleek aannemelijk dat [wederpartij] geweld gebruikte tegen de zwangere vrouw in aanwezigheid van haar dochter.
Hoewel de verklaringen van partijen op details verschilden, was het aannemelijk dat het geweld plaatsvond en letsel veroorzaakte. De Afdeling stelde vast dat de burgemeester in redelijkheid het huisverbod kon opleggen. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van [wederpartij] tegen het huisverbod werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het huis- en contactverbod wordt ongegrond verklaard en het huisverbod blijft van kracht.