ECLI:NL:RVS:2017:751
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- E. Helder
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen gedoogplicht aanleg hoogspanningsverbinding Doetinchem-Vorst
Bij besluit van 29 april 2016 legde de minister aan Keppel en Pallandt een gedoogplicht op voor de aanleg en instandhouding van een 150 kV en 380 kV hoogspanningsverbinding tussen Doetinchem en Voorst. Keppel en Pallandt stelden beroep in tegen dit besluit, stellende dat TenneT onvoldoende minnelijke overeenstemming had gezocht en dat de tijdelijke toegangsweg meer belemmering oplevert dan redelijkerwijs nodig is.
De Raad van State overwoog dat de minister zich ervan moest vergewissen dat een serieuze en redelijke poging tot minnelijke overeenstemming was gedaan. Uit de stukken bleek dat TenneT een aanbod had gedaan voor een recht van opstal met een afsluitvergoeding, maar niet akkoord ging met een beperkte duur van 50 jaar of een periodieke retributie, wat niet onredelijk werd geacht. Ook het verschil met een ander geval in Delft werd als niet vergelijkbaar beoordeeld.
Ten aanzien van de tijdelijke toegangsweg concludeerde de Afdeling dat het alternatief van Keppel nadelen kende en dat de gekozen locatie niet meer belemmering oplevert dan redelijkerwijs nodig is. De periode van maximaal 14 maanden werd als voldoende begrensd en proportioneel gezien. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van Keppel en Pallandt tegen de gedoogplicht is ongegrond verklaard.