ECLI:NL:RVS:2017:763
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor 24-uurs zorgboerderij vanwege geurbelasting en ruimtelijke ordening
De appellant exploiteert een biologische varkenshouderij en verzocht om een omgevingsvergunning voor het oprichten van een 24-uurs zorgboerderij met vier wooneenheden op hetzelfde perceel. Het college weigerde de vergunning vanwege de hoge achtergrondgeurbelasting die een goed woon- en leefklimaat onmogelijk maakt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel.
De Raad van State overweegt dat het college beleidsruimte heeft bij de beoordeling van binnenplanse afwijkingen en dat het college de geurbelasting en de Nota Zorgvuldige Veehouderij 2014 terecht heeft betrokken bij zijn besluitvorming. De vier wooneenheden worden als geurgevoelige objecten aangemerkt, waarvoor bescherming geldt op grond van de Wet geurhinder en veehouderij.
De achtergrondbelasting op het perceel overschrijdt de in de Geurgebiedsvisie vastgestelde norm van 20 Ou/m3 lucht, terwijl de gemeten waarde meer dan 32 Ou/m3 bedraagt. Het college heeft de berekening van de achtergrondbelasting op de vergunde situatie gebaseerd en dit is niet onredelijk. De beoogde wooneenheden zijn niet gelijk te stellen met een bedrijfswoning en kunnen daarom niet worden beschouwd als onderdeel van de veehouderij.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel wordt verworpen omdat appellant geen nieuwe argumenten heeft aangevoerd die het eerdere oordeel van de rechtbank onjuist maken. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning vanwege overschrijding van de maximale geurbelasting en strijd met een goede ruimtelijke ordening.