ECLI:NL:RVS:2017:812
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A.B.M. Hent
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek inlijving Franse adel in Nederlandse adel bevestigd met griffierechtvergoeding
De appellant verzocht om inlijving in de Nederlandse adel op grond van Franse adeldom, maar de minister wees dit af omdat Frankrijk geen vergelijkbaar adelsstatuut heeft. De rechtbank onderschreef dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond. De appellant stelde dat de verschillen niet essentieel zijn en dat eerdere inlijvingen van buitenlandse adel dit tegenspreken.
De Raad van State oordeelt dat het Nederlandse en Franse adelsstatuut wezenlijke verschillen vertonen, zoals het ontbreken van verheffing en verschillen in vererving van titels. Hierdoor is Frankrijk geen staat met een vergelijkbaar adelsstatuut. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat eerdere inlijvingen op basis van andere buitenlandse adelsstatuten plaatsvonden en de titel Prins van Oranje een Nederlandse titel is.
Wel oordeelt de Raad dat de rechtbank ten onrechte heeft nagelaten de minister te gelasten het door appellant betaalde griffierecht te vergoeden, omdat het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het griffierecht betreft en bevestigd voor het overige. De minister wordt gelast het griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Verzoek tot inlijving Franse adel afgewezen, maar minister gelast vergoeding griffierecht.