ECLI:NL:RVS:2017:82
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand bij niet tijdige teruggemelding bij bijstandsuitkering
Bij besluit van 17 juni 2015 wees de raad een aanvraag van appellante om een toevoeging voor rechtsbijstand af, omdat het geschil betrekking had op een feitelijke situatie: het niet tijdig teruggemeld zijn na een zoekperiode bij een bijstandsuitkering. Appellante maakte bezwaar en stelde dat er sprake was van een inhoudelijk juridisch verweer over de invulling van het begrip 'tijdige aanvraag'. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het geschil feitelijk was en appellante zelf, eventueel met hulp van een niet-advocaat, haar belangen kon behartigen.
In hoger beroep betoogde appellante dat de rechtbank ten onrechte voorbijging aan de juridische aard van het geschil, waarbij rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep relevant zou zijn. De Raad van State oordeelde dat de raad beoordelingsvrijheid heeft bij het weigeren van toevoegingen en dat het feitelijke karakter van het geschil overeind blijft, ook al is er juridisch verweer. De aanvraag kon daarom terecht worden afgewezen.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de toevoeging voor rechtsbijstand wordt bevestigd omdat het geschil feitelijk is en appellante haar belangen zelf kan behartigen.