ECLI:NL:RVS:2022:1351
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag toevoeging en bijzondere bijstand voor advocaat- en griffiekosten
Op 15 november 2019 vroeg appellant bijzondere bijstand aan voor advocaat- en griffiekosten van € 2.921,00. Het college wees de aanvraag af vanwege het ontbreken van een advocaatfactuur en onduidelijkheid over de griffiekosten. Appellant maakte bezwaar en vroeg vervolgens op 28 maart 2020 toevoeging aan voor rechtsbijstand, welke door de raad werd afgewezen omdat geen advocaat nodig zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het bezwaar een eenvoudig geschil betrof waarbij juridische bijstand niet noodzakelijk was. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de gevolgen van griffiekosten van een vereniging niet in geschil waren en dat de juridische complexiteit onderschat werd.
De Afdeling oordeelde dat het punt over griffiekosten van de vereniging wel aan de orde was, maar dat dit niet leidde tot een geschil dat juridische bijstand vereiste. De aanvraag om bijzondere bijstand werd terecht afgewezen vanwege het ontbreken van nota’s, en het betoog van appellant over de noodzaak van juridische bijstand werd verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag om toevoeging en bijzondere bijstand bevestigd.